Reflecties

De verborgen almacht van verantwoordelijkheid

Er leeft een hardnekkig idee in onze maatschappij dat ons leven maakbaar is, en dat verantwoordelijkheid nemen betekent dat we het ook allemaal zelf moeten kunnen sturen.

Alsof we, als we maar intelligent genoeg zijn, volwassen genoeg zijn, hard genoeg ons best doen of genoeg controle hebben, ons leven volledig zouden moeten kunnen sturen. Terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo is. Er zijn zoveel dingen waar we maar heel weinig invloed op hebben.

Dat ons leven niet volledig maakbaar is, klinkt misschien logisch. Toch gedragen we ons vaak alsof het anders is. Alsof we alles hadden moeten voorzien. Alsof we elke situatie beter hadden moeten aanpakken. Alsof het onze schuld is wanneer iets niet lukt, iemand teleurgesteld raakt, een plan mislukt of een kans niet voorbij komt.

Stoïcisme

Binnen de stoa vind je daar een mooie gedachte over: richt je op dat waar je invloed op hebt, en laat los waar je geen invloed op hebt. Epictetus sprak over de dichotomie van controle: sommige dingen liggen binnen onze macht, zoals onze overtuigingen, impulsen en verlangens, en andere dingen niet, zoals ons lichaam, bezit, reputatie en de acties van anderen.

Wat mij betreft zit er ook een valkuil in. Wanneer je dit principe te letterlijk toepast, kan het bijna iets gevoelloos krijgen, alsof je nergens meer iets van zou moeten vinden. Dan wordt het bijna defensief: als ik er toch niets aan kan doen, hoef ik er ook niets bij te voelen.

Maar volgens mij is dat niet de kern. De kern is eerder dat je leert onderscheiden wat werkelijk binnen jouw invloed ligt en wat niet. En de mildere waarheid zit voor mij niet in het koud afsnijden van je emoties. Erkennen dat je ergens geen invloed op hebt, betekent niet dat het je niets mag doen. Het vraagt juist dat je de pijn, frustratie en machteloosheid daarover toelaat. Dat je rouwt om je beperkingen, in plaats van die onrust te dempen door nog harder te gaan rennen, plannen of aanpassen.

Zelfbeeld en maakbaarheid

Dat onderscheid kan veel doen voor je zelfbeeld. In eerste instantie maakt het je misschien nederiger. Je erkent dat niet je hele leven maakbaar is, en dat de wereld om je heen dat ook niet is. Maar tegelijk kan het juist ook veel mildheid geven. Je hoeft jezelf dan niet langer verantwoordelijk te houden voor alles wat er gebeurt. Veel situaties heb jij niet zo gemaakt. Hoe mensen op jou reageren, hangt misschien voor een klein deel af van wat jij doet, maar voor een groot deel ook niet. Welke kansen er langskomen, kun je soms beïnvloeden door ergens op af te stappen, maar voor een groot deel zijn ze er ook gewoon wel of niet.

In deze maatschappij ligt er veel nadruk op maakbaarheid. Je kunt worden wie je wilt zijn. Je kunt bereiken waar je van droomt. Als je maar genoeg motivatie hebt, genoeg discipline, genoeg doorzettingsvermogen. Er zit iets hoopvols in die gedachte, maar er zit ook een harde keerzijde aan. Want als het dan niet lukt, lijkt het ineens ook aan jou te liggen. Dan heb je blijkbaar niet hard genoeg geprobeerd. Dan was je misschien toch niet gemotiveerd genoeg. Misschien ben je lui, zwak, niet goed genoeg. En voordat je het weet ga je zoeken naar wat er mis is met jou, terwijl er zoveel factoren zijn waar je nauwelijks iets aan kunt doen.

In theorie kun je op sommige dingen misschien invloed uitoefenen. In de praktijk vaak veel minder. En op sommige dingen heb je gewoon echt geen invloed. Ik denk dat we daar als mensen vaak een vertekend beeld van hebben.

Tegelijk zit daar ook meteen de ingewikkeldheid. Want hoe verhoud je je daar dan toe? Als jij een keuze maakt en die keuze heeft gevolgen, kun je niet altijd zeggen: ja, maar ik kon er niets aan doen, want de brug stond open, die ander reageerde zo, de omstandigheden zaten tegen. Dan klinkt het al snel alsof je je verantwoordelijkheid ontloopt. En verantwoordelijkheid nemen is ook belangrijk. Het hoort bij volwassen zijn. Bij een goed mens zijn misschien. Bij een goede vriend, collega, ouder of burger zijn. Verantwoordelijkheid nemen voelt als een deugd.

De valkuil van te veel verantwoordelijkheid

Maar de valkuil van te veel verantwoordelijkheid nemen is groot. Niet iedereen heeft daar evenveel last van, maar ik denk dat juist serieuze, consciëntieuze mensen met goede bedoelingen hier gevoelig voor kunnen zijn. Mensen die veel verantwoordelijkheid aankunnen, nemen vaak ook snel te veel verantwoordelijkheid op zich. Mensen die graag controle houden, omdat controle veilig voelt. Mensen die als kind al veel zelf moesten doen. Mensen die hebben geleerd dat ze niet te veel mogen vragen, niet te lastig mogen zijn, niet mogen falen.

Zo kan er ongemerkt een vertekening ontstaan. Niet als bewuste gedachte van: ik moet alles zelf kunnen en ik mag niemand nodig hebben. Het zit veel dieper. Het wordt een automatische houding. Je handelt gewoon op de manier die voor jou normaal voelt, en pas later zie je misschien hoeveel verantwoordelijkheid je eigenlijk naar je toe hebt getrokken.

Verantwoordelijkheid als almachtsidee van het ego

Want als je vindt dat alles jouw verantwoordelijkheid is, doe je ergens ook de aanname dat je die verantwoordelijkheid zou moeten kunnen dragen. Alsof jij alles had moeten overzien, alles had moeten oplossen, alles had moeten voorkomen.

Daar zit bijna iets grandioos in. Denken dat je je eigen leven volledig moet kunnen maken, is eigenlijk al een groot idee. Maar denken dat je ook nog verantwoordelijk bent voor hoe alles om je heen loopt, voor hoe anderen zich voelen, voor hoe een bijeenkomst verloopt, voor of er toevallig een lange rij staat wanneer jij iemand hebt uitgenodigd, dat is nog veel groter.

En toch voelt het niet groot. Het voelt juist klein. Minderwaardig. Beschamend. Alsof alles aan jou ligt en jij tekortschiet.

Dat vind ik zo bijzonder: dat te veel verantwoordelijkheid nemen tegelijk kan voelen als minderwaardigheid én als een soort verborgen almachtsidee. Aan de ene kant denk je: ik faal, ik doe het verkeerd, ik had beter moeten zijn. Aan de andere kant zit daaronder blijkbaar de overtuiging dat jij het allemaal had moeten kunnen regelen.

Verantwoordelijk voor falen maar niet voor succes?

Het wordt nog vreemder als je kijkt naar succes en mislukking. Als iets met een groep goed gaat, ben je misschien geneigd te zeggen: wat fijn dat ik daar een klein onderdeeltje van mocht zijn. Maar als hetzelfde project mislukt, denk je ineens: ik had dit anders moeten doen, dan was het misschien wel gelukt. Alsof je bij succes bescheiden bent, maar bij falen alle verantwoordelijkheid naar je toe trekt.

Dat is volgens mij precies de houding van iemand die te verantwoordelijk is. Niet iemand die zichzelf zo geweldig vindt, maar iemand die zichzelf verantwoordelijk maakt voor veel meer dan redelijk is.

De illusie van bijsturen

Ik herken dit uit mijn eigen leven. Als een baan niet werkte en ik langzaam overspannen begon te raken, kon ik eindeloos blijven zoeken naar wat ík anders moest doen. Misschien moest ik mijn werk beter organiseren, mijn grenzen duidelijker aangeven of gewoon nog beter mijn best doen.

Als ik daar nu op terugkijk, zie ik vooral hoeveel energie ik stak in mezelf aanpassen aan situaties die eigenlijk niet goed voor me waren. De werkdruk was te hoog. Er was te weinig begeleiding. Er waren dingen niet op orde.

Natuurlijk had ik ergens invloed. Maar niet zoveel als ik mezelf toen bleef voorhouden. Ik bleef zoeken naar kleine knoppen waar ik aan kon draaien, terwijl het grotere probleem was dat de situatie zelf niet klopte.

Misschien is dat ook een manier om machteloosheid niet te hoeven voelen. Zolang je blijft zoeken naar wat jij anders kunt doen, hoef je nog niet helemaal toe te laten dat je soms vastzit in omstandigheden die je niet zomaar kunt veranderen.

Controle geeft veiligheid

En juist daar zie ik iets interessants gebeuren. Ons ego houdt van controle. Dat is ergens ook logisch. Controle geeft veiligheid. Als ik geloof dat ik het probleem kan oplossen, dan voelt de wereld voorspelbaar. Dan heb ik nog opties. Dan kan ik nog iets doen.

Maar die behoefte aan controle heeft ook een keerzijde. Soms blijf je daardoor veel te lang zoeken naar oplossingen voor een probleem dat niet van jou alleen is. Soms blijf je verantwoordelijkheid dragen voor iets dat eigenlijk groter is dan jij.

Ik merk hetzelfde in sociale situaties. Stel dat een gesprek niet lekker loopt. Misschien merk ik dat iemand geïrriteerd raakt of dat er spanning ontstaat. Mijn eerste reactie is vaak om bij mezelf te zoeken. Heb ik iets verkeerd gezegd? Had ik het anders moeten aanpakken? Doe ik iets fout?

Maar als ik er wat langer naar kijk, is dat eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend. Soms zitten twee mensen gewoon niet op dezelfde golflengte. Soms heeft de ander een slechte dag. Soms voelt iemand zich ongemakkelijk. Soms botst het gewoon.

Een gesprek is iets wat tussen twee mensen ontstaat. Het is niet mijn taak om in mijn eentje verantwoordelijk te zijn voor de hele sfeer, de hele verbinding en alle emoties die daarin voorbij komen. En zelfs wanneer beide mensen hun best doen, kan het nog steeds mislopen. Dat hoort nu eenmaal bij menselijk contact.

Toch voel ik op zulke momenten vaak eerder schuld of schaamte dan realisme. Alsof er automatisch ergens een overtuiging aanspringt dat ik het had moeten oplossen.

Misschien is dat precies de plek waar deze vertekening zichtbaar wordt. Niet omdat ik bewust denk dat ik verantwoordelijk ben voor alles, maar omdat mijn gevoel soms wel die kant op beweegt. Alsof er diep vanbinnen een verwachting leeft dat ik situaties zou moeten kunnen beheersen die in werkelijkheid helemaal niet beheersbaar zijn.

De verborgen almachtsstrategie

Misschien zit juist hier de interessantste twist. Iemand die te veel verantwoordelijkheid draagt, ziet zichzelf vaak juist niet als groot. Eerder als bescheiden, zorgvuldig, zelfkritisch, misschien zelfs tekortschietend. Maar onder die bescheidenheid kan toch een soort almachtsstrategie zitten: het idee dat jij alles had moeten overzien, voorkomen, aanvoelen of oplossen.

Dat wringt. Want dan blijkt iets wat voelde als nederigheid misschien ook een verborgen vorm van controle te zijn. Niet omdat je jezelf geweldig vindt, maar omdat je ergens blijft geloven dat het allemaal van jou afhing.

Als dat eenmaal tot je doordringt, ontstaat er bijna vanzelf cognitieve dissonantie. Of je moet erkennen dat je misschien minder bescheiden bent dan je dacht. Dat er toch iets grandioos zit in het idee dat jij alles had moeten kunnen dragen. Of je moet iets anders onder ogen zien: dat je jezelf jarenlang verantwoordelijk hebt gehouden voor dingen die nooit werkelijk van jou waren.

Hi, I’m Nicole Geene

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *