Wat ik fascinerend vind, is dat we blijkbaar niet alleen overdag een ego hebben, maar ook in onze dromen: het droom ego. Overdag heb je je gewone gevoel van ik: dit ben ik, hier liggen mijn grenzen, zo verhoud ik me tot de wereld, dit is mijn identiteit, dit weet ik van mezelf en dit niet. Dat is wat ik dan even kortweg mijn ego noem. Maar op het moment dat je droomt, is dat allemaal net anders georganiseerd. Je bent niet precies dezelfde persoon als in je wakkere staat. Je bent je niet van precies dezelfde dingen bewust. Soms is je identiteit in een droom anders, soms ben je jonger, soms ben je op een plek die niet klopt, soms zijn de regels van de werkelijkheid heel anders. En toch is er meestal wel een gevoel van: dit ben ik. Dit gebeurt mij. Ik ben degene die dit meemaakt.

Hetzelfde en anders

Dat vind ik zo bijzonder: het droom ego voelt tegelijk hetzelfde en anders. Aan de ene kant ben jij het, want je beleeft de droom vanuit jouw perspectief. Er zit een continuïteit in met je gewone ik. Je hebt vaak nog toegang tot bepaalde herinneringen, gevoelens, angsten of verlangens die ook bij jou horen. Aan de andere kant ben je in een droom niet helemaal je wakkere zelf. Je weet vaak niet alles wat je normaal weet. Je reflecteert minder. Je stelt minder vragen bij wat er gebeurt. Je accepteert situaties die je overdag onmiddellijk vreemd zou vinden. Het lijkt dus alsof er in de droom een andere versie van het ego actief is: verwant aan je gewone ego, maar anders samengesteld.

Brandpunt van bewustzijn

Als ik daarover nadenk, lijkt het ego niet één vast ding te zijn, maar eerder een tijdelijk brandpunt van bewustzijn. Het ego is dan datgene waar het bewustzijn op dat moment omheen georganiseerd is. Het bestaat uit het perspectief van waaruit je kijkt, de herinneringen die op dat moment beschikbaar zijn, het zelfbeeld dat actief is, de emoties die de wereld kleuren, en het gevoel van grenzen tussen jezelf en de omgeving. Je ego is dus niet alleen je identiteit in grote zin, maar ook de specifieke versie van jezelf die op dat moment naar voren komt.

Dat betekent ook dat je ego overdag al niet altijd precies hetzelfde is. Je bent anders wanneer je werkt dan wanneer je wandelt. Anders wanneer je je veilig voelt dan wanneer je je bekeken voelt. Anders wanneer je met iemand praat die je vertrouwt dan wanneer je in een onbekende groep staat. Sommige delen van je zelfbeeld staan dan meer aan, andere minder. Sommige herinneringen zijn dichtbij, andere lijken tijdelijk onbereikbaar. Je hebt wel een doorgaand gevoel van ik, maar dat ik is steeds net anders afgestemd.

De droom maakt het zichtbaar

In dromen wordt dat veel zichtbaarder, omdat de gewone stabiliserende factoren losser worden. Overdag helpen je lichaam, je huis, je agenda, je sociale rollen en je autobiografische geheugen om je ego bij elkaar te houden. Je weet wie je bent, waar je woont, welke dag het is, wat je plannen zijn, wie de mensen om je heen zijn. In een droom valt een deel daarvan weg of wordt het vervormd. Toch ontstaat er opnieuw een ik. Blijkbaar is het gevoel van ik dus niet volledig afhankelijk van je gewone levensverhaal. Er kan ook een basaler ik-gevoel bestaan: ik ben hier, ik ervaar dit, ik moet reageren.

Dat maakt het ego complexer dan ik eerder dacht. Het heeft aan de ene kant te maken met bewustzijn: welke dingen komen in mijn bewustzijn en welke niet? Aan de andere kant heeft het te maken met geheugen: welke herinneringen zijn bereikbaar, welke niet, en welke context hoort daar op dat moment bij? Maar het heeft ook te maken met perspectief. Vanuit welke plek in mezelf kijk ik naar wat er gebeurt? Bekijk ik mezelf vanuit schaamte, vanuit kracht, vanuit kwetsbaarheid, vanuit kind-zijn, vanuit afstand, vanuit nieuwsgierigheid, vanuit angst? Dat perspectief bepaalt niet alleen wat ik zie, maar ook wie ik op dat moment lijk te zijn.

Vanuit waar ik kijk

Misschien is het ego dus niet alleen “wie ik ben”, maar ook “vanuit waar ik kijk”. In een droom kan dat perspectief verschuiven. Dan ben ik mezelf, maar misschien vanuit een jonger deel. Of vanuit een deel dat minder weet. Of vanuit een deel dat vooral bang is om te laat te komen, of iets kwijt te raken, of beoordeeld te worden. De droom laat dan niet alleen een verhaal zien, maar ook een bepaalde ik-positie. Het gaat niet alleen om wat er gebeurt in de droom, maar ook om wie ik daar ben, wat ik wel en niet weet, hoe ik reageer, wat ik normaal vind, en welke werkelijkheid ik op dat moment accepteer.

Wat ik daar zo intrigerend aan vind, is dat er blijkbaar een kerngevoel van continuïteit blijft bestaan, terwijl de inhoud van het ego kan veranderen. Er is iets dat zegt: dit ben ik. Maar daaromheen kunnen allerlei dingen tijdelijk aan of uit staan. Mijn volledige zelfbeeld is veel uitgebreider dan wat er op één moment actief is. In een droom kan maar een klein deel daarvan oplichten. Toch kan dat kleine deel genoeg zijn om een ik-gevoel te vormen. Dat betekent dat het ego niet samenvalt met mijn hele persoon, maar eerder met het deel van mijn persoon dat op dat moment bewust en actief is.

Lagen van ik

Misschien kun je zeggen dat het ego steeds opnieuw wordt opgebouwd uit verschillende lagen. Er is een basaal gevoel van aanwezigheid: ik ben hier. Er is een perspectief: ik kijk vanuit deze plek. Er is een selectie van herinneringen: dit weet ik nu over mezelf en mijn situatie. Er is een emotionele kleur: zo voelt deze wereld aan. Er is een verhouding tot anderen: zo sta ik tegenover hen. En er is een zelfbeeld: zo begrijp ik mezelf op dit moment. Overdag lijken die lagen meestal redelijk met elkaar samen te vallen. In dromen kunnen ze losser raken, waardoor het ego vreemd wordt, maar niet verdwijnt.

De vraag wat ik is

Daarom vind ik het droom ego zo’n interessant verschijnsel. Het laat zien dat het gevoel van ik niet simpelweg hetzelfde is als je naam, je levensverhaal of je rationele zelfkennis. Het is ook niet zomaar een illusie, want er is wel degelijk een centrum van ervaring. Maar dat centrum is beweeglijk. Het kan verschuiven, vernauwen, uitbreiden, jonger worden, minder weten, andere grenzen voelen, een andere verhouding tot de wereld aannemen. En toch blijft er iets herkenbaars over.

Eigenlijk maakt het droom ego zichtbaar wat misschien altijd al waar is: dat het ego geen vast object is, maar een tijdelijke organisatie van ervaring. Het is de plek waar bewustzijn, geheugen, perspectief, gevoel en zelfbeeld op dat moment samenkomen. In het wakkere leven voelt die organisatie meestal stabieler, waardoor we denken dat we één duidelijk ego hebben. Maar in dromen zie je hoe veranderlijk die organisatie eigenlijk is. Je bent jezelf, maar niet helemaal. Je bent dezelfde ik, maar vanuit een andere ingang. Je bent continu en veranderlijk tegelijk. En juist dat maakt de vraag “wat is ik?” zoveel ingewikkelder en interessanter dan hij op het eerste gezicht lijkt.

Hi, I’m Nicole Geene

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *