Concepten en theorieën

Afweermechanismen en integratiemechanismen

Afweermechanismen en integratiemechanismen

Over afweermechanismen is veel geschreven. En terecht, want ze zijn ontzettend belangrijk. Ze helpen ons om te overleven wanneer het moeilijk wordt.

Dat is denk ik ook een belangrijk uitgangspunt. Afweermechanismen zijn niet zomaar lastige trekjes of fouten in het systeem. Het zijn manieren waarop onze psyche en ons brein proberen om ons te beschermen tegen pijn, tegen overweldiging, en tegen een realiteit die op dat moment nog te groot, te hard of te ontregelend is om volledig toe te laten.

Je zou kunnen zeggen dat afweermechanismen helpen om de schade te beperken. Ze zorgen ervoor dat we niet alles tegelijk hoeven te voelen, niet alles tegelijk hoeven te zien, en niet alles tegelijk hoeven te beseffen. En dat is vaak uitermate nuttig.

Afweer is geen fout

Ik zie afweermechanismen vaak bijna voor me als iets levends. Alsof er een klein wezentje is dat zichzelf afweert. Je prikt erin met een stok en het trekt zich terug, duwt terug, roept auw, verstijft of maakt zich klein. Zo zie ik het ook bij mensen. Ons brein en onze psyche doen voortdurend dingen om ons zelfgevoel te beschermen, onze integriteit te beschermen, en ons te beschermen tegen pijn.

Dat kunnen heel verschillende bewegingen zijn. Je kunt bijvoorbeeld dingen bagatelliseren, ontkennen, rationaliseren, dissociëren, je afsluiten, boos worden, je terugtrekken, of juist doen alsof er niets aan de hand is. Al die reacties kunnen een functie hebben. Ze helpen je om nog even niet volledig te hoeven voelen wat er anders misschien te veel zou zijn.

Dat is dus de ene kant.

De beweging terug

Maar wat mij interesseert, is dat dat volgens mij niet het hele verhaal is. Want op het moment dat het weer beter gaat, of in elk geval beter genoeg, komen er vaak andere processen in beeld. Processen waar volgens mij minder vaak over gesproken wordt, maar die minstens zo belangrijk zijn.

Dat zijn wat ik herstelmechanismen noem. Of misschien nog liever: integratiemechanismen. Met dat woord bedoel ik processen waarbij iets wat eerst afgeweerd, afgesplitst of op afstand gehouden moest worden, weer langzaam dichterbij mag komen. Niet ineens, niet geforceerd, en niet omdat iemand van buitenaf vindt dat het nu maar eens moet, maar omdat er van binnen ruimte begint te ontstaan voor een andere beweging.

Waar afweermechanismen helpen om iets buiten de deur te houden, helpen integratiemechanismen volgens mij om weer verbinding te maken. Met gevoelens, met ervaringen, met herinneringen, met behoeftes, met de realiteit van wat er gebeurd is, en uiteindelijk ook met jezelf.

Daar zit voor mij een heel belangrijk verschil. Afweer gaat over overleven. Integratie gaat over weer meer heel worden.

Dat betekent niet dat afweer ineens verkeerd is en integratie altijd beter. Zo simpel is het niet. Afweer is vaak nodig, soms zelfs levensreddend. En integratie kan alleen ontstaan wanneer daar voldoende draagkracht en veiligheid voor is. Maar als die ruimte er komt, zie je vaak dat de psyche ook uit zichzelf een andere richting op begint te bewegen.

Isolatie van affect

Een voorbeeld daarvan is wat in de literatuur isolatie van affect wordt genoemd. Dat is een mechanisme waarbij gevoel en gebeurtenis als het ware van elkaar worden losgekoppeld.

Iemand kan dan bijvoorbeeld best helder vertellen wat er gebeurd is, soms zelfs heel gedetailleerd, maar zonder werkelijk contact met het gevoel dat erbij hoort. Alsof het verhaal wel beschikbaar is, maar het affect er niet meer aan vastzit. Je hoort de woorden, maar je voelt dat iemand er niet echt bij kan. Of iemand merkt dat zelf ook: ik weet wel wat er gebeurd is, maar ik voel er niets bij.

Dat kan er van buitenaf soms afstandelijk of vreemd uitzien, maar in wezen is het vaak een heel slimme oplossing van het brein. Wanneer iets te heftig, te pijnlijk of te overweldigend is om op dat moment echt te voelen, kan het nodig zijn om die koppeling tijdelijk losser te maken. Zodat iemand door kan, zodat iemand niet overspoeld raakt, en zodat het systeem het volhoudt.

Associatie van affect

Maar wanneer iemand op een later moment meer veiligheid ervaart, meer rust, meer bedding, dan kan ook de omgekeerde beweging ontstaan. Dan kan er ruimte komen om ervaringen niet alleen te herinneren, maar ook weer te gaan voelen. Wat eerst los van elkaar moest blijven, de gebeurtenis aan de ene kant en het gevoel aan de andere kant, kan dan weer voorzichtig met elkaar verbonden raken.

Voor die omgekeerde beweging introduceer ik zelf de term associatie van affect. Daarmee bedoel ik het proces waarin gevoel en ervaring weer met elkaar in contact komen. Niet op een overspoelende manier, en ook niet ineens volledig, maar juist op een manier die iemand meer samenhang geeft. Een ervaring wordt dan niet alleen iets waar je een verhaal over kunt vertellen, maar ook weer iets dat van binnen gevoeld kan worden.

Wanneer je weer de rust en ruimte pakt om je ervaringen te gaan voelen, kan er langzaam opnieuw verbinding ontstaan tussen wat er gebeurd is en wat dat emotioneel voor jou betekende. En juist die verbinding is belangrijk. Omdat ervaringen pas echt verwerkt kunnen raken wanneer ze niet alleen cognitief bekend zijn, maar ook gevoelsmatig een plek beginnen te krijgen.

Dat gebeurt vaak niet in één keer. Soms komt eerst maar een klein stukje terug. Een flard verdriet, een gevoel van boosheid, een lichamelijke reactie, een plots besef van gemis, angst of opluchting. Maar juist in die voorzichtige terugkeer van affect zie ik iets wezenlijks van herstel. Alsof de psyche, zodra daar genoeg veiligheid voor is, opnieuw contact durft te maken met wat eerder nog te veel was.

En juist in die beweging zie ik een integratiemechanisme.

Herstel als meer samenhang

Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van herstel. Niet alleen dat klachten afnemen, maar dat er van binnen weer meer samenhang ontstaat. Dat iets wat eerst buiten beeld moest blijven, langzaam weer opgenomen kan worden in wie iemand is en wat iemand heeft meegemaakt. Dat afgescheiden stukken van de ervaring weer minder afgescheiden hoeven te blijven.

Daarom vind ik het zo waardevol om niet alleen naar afweer te kijken, maar ook naar de processen die daarna kunnen ontstaan. Naar de beweging terug. Naar de manier waarop mensen soms uit zichzelf weer beginnen te voelen, te beseffen, te verbinden en te integreren, zodra dat mogelijk wordt.

Dat zijn de processen waar ik me verder in wil verdiepen. Omdat ik denk dat daar veel herstel gebeurt. Misschien niet altijd spectaculair zichtbaar, maar wel wezenlijk. In kleine verschuivingen, in het weer kunnen voelen van iets wat eerst vlak was, in het herkennen van een behoefte, in het toelaten van verdriet, en in het terugvinden van samenhang.

Waar afweermechanismen ons helpen overleven, helpen integratiemechanismen ons volgens mij om weer meer heel te worden. En juist dat vind ik heel interessant.

Verder lezen:

Hi, I’m Nicole Geene

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *